De laatste jaren zijn er veel ontwikkelingen geweest voor wat betreft regelgeving voor de inhuur van zelfstandigen.
Via de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) is per 1 mei 2016 de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) voor zelfstandige interim professionals afgeschaft. Het gevolg van het wegvallen van de VAR betekent dat de wettelijke vrijwaring is komen te vervallen voor opdrachtgevers en intermediairs voor een eventuele naheffing loonheffingen, indien achteraf blijkt dat een zelfstandige interim professional als werknemer wordt aangemerkt.
Vanuit de markt kwam hier veel kritiek op. Door het Kabinet is uiteindelijk de conclusie getrokken dat de wetgeving niet de duidelijkheid en rust heeft gebracht waarvoor het bedoeld was en is besloten de wetgeving te vervangen middels het introduceren van een webmodule. Dit is een online vragenlijst waarbij de opdrachtgever door het beantwoorden van een groot aantal vragen duidelijk moet krijgen of een zelfstandige buiten dienstbetrekking kan werken. De webmodule bevindt zich momenteel in een pilotfase en zal wellicht per 1 oktober 2021 geïntroduceerd worden. Tot deze datum is de handhaving door de Belastingdienst in ieder geval opgeschort.

Hoe verder tot 1 oktober 2021?

Hoewel de handhaving is opgeschort tot 1 oktober 2021 geldt dit niet in het geval van kwaadwillendheid. Hier is sprake van als men evidente schijnzelfstandigheid laat ontstaan of voorbestaan omdat men weet, of had kunnen weten, dat er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking. Een opdrachtgever doet er daarom verstandig aan om bewijs te verzamelen met betrekking tot iedere ingehuurde zelfstandige professional dat er geen sprake is van een dienstbetrekking. Een beheersproces is hiervoor dus noodzakelijk. Dit wordt ook wel ‘Wet DBA proof inhuren’ genoemd.

Beheersproces Harvey Nash

Door de afschaffing van de VAR moet er grotendeels teruggevallen worden op de Wet op de Loonbelasting uit 1964. Hierin wordt geregeld dat indien er sprake is van loonbetaling, persoonlijke arbeid en een gezagsverhouding tussen de opdrachtgever en opdrachtnemer, er sprake is van een dienstverband (de privaatrechtelijke dienstbetrekking). Daarnaast dient er ook rekening gehouden te worden met het ontstaan van een fictieve dienstbetrekking. Van een fictieve dienstbetrekking kan sprake zijn in situaties waar geen sprake is van gezag, arbeid en loon, maar op basis van in de wet opgenomen criteria toch sprake is van een dienstbetrekking en daarmee een inhoudingsplicht voor de loonheffingen voor de opdrachtgever. Voor Harvey Nash is de fictie voor tussenkomst van belang. Indien een zelfstandige professional via een intermediair voor een opdrachtgever werkt, dan is er sprake van een dienstbetrekking op grond van deze fictie. In de wet is opgenomen dat de fictie niet opgaat indien de professional voldoende zelfstandig is. Harvey Nash dient daarom zowel te zorgen dat er geen sprake is van gezag, arbeid en loon én dat de professional een echte zelfstandig ondernemer is. Om dit te voorkomen is er een proces nodig; de beheersmaatregelen.
Tussen de Belastingdienst en Harvey Nash is er afstemming geweest over deze beheersmaatregelen. De kans op verrassingen achteraf, door interpretatieverschillen (bijvoorbeeld wat een te lange opdracht is), wordt dan verkleind. Ook is dan duidelijk welke bewijsvoering nodig is om aan te tonen dat buiten dienstbetrekking gewerkt wordt.
Concreet zijn de beheersmaatregelen onder te verdelen in drie pijlers: 

  1. Contractering op basis van een door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomst; 
  2. Controle op een specifieke en gesloten opdrachtomschrijving en deze gedurende de opdracht blijven toetsen; 
  3. Risicodekking in het kader van de fictieve dienstbetrekking voor tussenkomst.

Modelovereenkomst

De overheid beoogt met modelovereenkomsten (meer) zekerheid te geven voor een opdrachtgever. Een modelovereenkomst is een standaard overeenkomst voor de inhuur van zelfstandige interim professionals, waarin specifiek wordt vastgelegd hoe de arbeidsrelatie is vormgegeven tussen de opdrachtgever en de zelfstandige professional. Wanneer deze overeenkomst wordt “goedgekeurd” door de Belastingdienst, is de opdrachtgever gevrijwaard van het inhouden en afdragen van loonbelasting en sociale premies. 


Deze vrijwaring geldt alleen als de feiten en omstandigheden gedurende de looptijd van het contract niet afwijken van wat in de modelovereenkomst staat. Er moet dus geborgd worden dat de praktijk aansluit bij wat in de modelovereenkomst is bepaald.


Harvey Nash werkt met een door de Belastingdienst goedgekeurde Bovib modelovereenkomst. De inhuurvoorwaarden van alle contracten die Harvey Nash met zelfstandige professional aangaat zijn dan ook gebaseerd op deze modelovereenkomst. Hierin wordt tevens een afgebakende opdrachtomschrijving opgenomen. Indien de Belastingdienst bij de opdrachtgever aanklopt voor een controle, zal de Belastingdienst moeten bewijzen dat niet volgens de modelovereenkomst wordt gewerkt.

Risicodekking in het kader van de fictieve dienstbetrekking

In de Bovib modelovereenkomst is opgenomen dat de fictie voor tussenkomst niet opgaat wanneer de zelfstandige professional voldoende economisch zelfstandig is. Dit houdt in dat de zelfstandige professional voor het verwerven van opdrachten en opbrengsten niet te zeer afhankelijk is van de intermediair. Het is belangrijk dat er een goede inschatting wordt gemaakt over de looptijd van de opdracht en dat deze niet zonder concrete onderbouwing overschreden wordt. De duur van de opdracht moet daarbij ook worden afgewogen tegen eerdere opdrachten en/of parallelle opdrachten die niet via Harvey Nash zijn/worden uitgevoerd. Harvey Nash toetst dit voorafgaand en gedurende de opdracht, om zodoende een pleitbaar standpunt te hebben dat er geen sprake is van economische afhankelijkheid, oftewel geen fictieve dienstbetrekking.

Q&A

Wat houdt de webmodule precies in?

Dit is een online vragenlijst waarbij de opdrachtgever door het beantwoorden van een groot aantal vragen duidelijk moet krijgen of een zelfstandige buiten dienstbetrekking kan werken. De webmodule bevindt zich momenteel in een pilotfase en zal wellicht per 1 oktober 2021 geïntroduceerd worden.

Welke mogelijke uitkomsten kent de webmodule?

Na het invullen van de vragenlijst kent deze drie mogelijke uitkomsten:
• Opdrachtgeversverklaring: de opdracht kan buiten dienstbetrekking worden verricht.
• Indicatie dienstbetrekking: er zijn sterke aanwijzingen dat er sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking.
• Geen oordeel mogelijk: op grond van de gegeven antwoorden is niet duidelijk of sprake is van werken buiten dienstbetrekking of van werken in dienstbetrekking

Heeft een positieve uitkomst van de webmodule een vrijwarende werking zoals bij de VAR het geval was?

Het is de bedoeling bij de uitkomst ‘opdrachtgeversverklaring’ dit zekerheid geeft dat de opdracht buiten dienstbetrekking kan worden uitgevoerd door een zelfstandige en er geen loonheffingen hoeven worden ingehouden. Dit is echter alleen het geval indien de vragen naar waarheid zijn ingevuld en overeenkomt de praktijksituatie. Het blijft, net als bij de Wet DBA, belangrijk dat de feitelijke uitvoering van de opdracht overeenkomt met de gegeven antwoorden uit de webmodule.

Wat is het gevolg als de uitkomst ‘geen oordeel mogelijk’ aangeeft?

Bij deze uitkomst ontstaat er teveel twijfel aan de hand van de gegeven antwoorden. Er kan dus geen opdrachtgeversverklaring worden afgegeven. Het kan belangrijk zijn om de arbeidsrelatie in onderhavig geval nader te bestuderen.

Kan ik al toetsen of de opdracht buiten dienstbetrekking kan worden uitgevoerd?

De pilot met de webmodule is 11 januari 2021van gestart gegaan en zal naar alle waarschijnlijkheid in de zomer geëvalueerd worden. Opdrachtgevers kunnen door het invullen van de vragenlijst inzichtelijk krijgen of ze voor de opdracht een zelfstandig professional kunnen inhuren. Het invullen van de vragenlijst is niet verplicht en kan ook alleen anoniem ingevuld worden. De Webmodule heeft momenteel nog geen juridische status.

Aan de hand van welke criteria wordt er getoetst?

Er zijn geen nieuwe criteria ontworpen voor de beoordeling van de arbeidsrelatie. De vragenlijst is een voortvloeisel uit bestaande wet- en regelgeving, jurisprudentie en het Loonheffingen Handboek van de Belastingdienst. De vragen die het meeste gewicht in de schaal leggen worden aan het begin gesteld.

Welke rol speelt Harvey Nash bij de Webmodule.

Harvey Nash kan de webmodule niet gaan gebruiken omdat er nog geen versie voor intermediairs beschikbaar is. Ons beleid kunnen we daarop dus niet aanpassen. Indien hier meer over te zeggen is zullen wij onze bevindingen melden op de nieuwspagina/blog van onze website.

Op welke manier gaat de Belastingdienst uitvoering geven aan de handhaving m.b.t. de webmodule?

In de evaluatie welke gepland staat voor de zomer van 2021, wordt gekeken of de webmodule een bruikbare tool is voor een goede beoordeling van de arbeidsrelatie en wordt besloten of deze definitief ingevoerd zal worden. Er zal ook gekeken worden naar de mogelijkheden voor handhaving. Het is voor nu nog niet duidelijk hoe dit er in de praktijk uit zal komen te zien.